9307

verbouwing en renovatie aquarium artis amsterdam

aquarium artis

In april 1993 kregen we van Artis de uitnodiging om voor een aantal onderdelen van het aquariumgebouw voorstellen te maken.
Tijdens de eerste gesprekken bleek al snel dat het niet verantwoord zou zijn uitspraken te doen over onderdelen van het gebouw als deze niet zouden passen in een toekomstvisie op het geheel.
De eerste actie was dan ook het maken van een masterplan, dat in oktober 1993 gereed was.
Het enthousiasme van Artis over het plan resulteerde in een stappenplan om de voorstellen te realiseren.
Tijdens het maken van het masterplan bleek al snel hoe bijzonder, maar ook hoe gecompliceerd, deze opgave zou worden.
Het gebouw, ontworpen door architect G.B. Salm, en gebouwd in 1879, is een rijksmonument.
Door diverse verbouwingen had het interieur veel van zijn oude glorie verloren. De steeds terugkerende afwegingen tussen historische vorm en de gewenste functie maakten de opdracht tamelijk gecompliceerd.
De oplossing voor dit dilemma hebben we gevonden in het benoemen van de ruimten waar de functie prevaleert en andere ruimten waar de monumentale waarde van het gebouw voorrang heeft.
Een aquarium beoogt het visueel maken van de wereld onder water. Een wereld die sterk kan verschillen van een Amsterdamse gracht tot een koraalrif. Om deze wereld te kunnen visualiseren, zijn veel grotere aquaria nodig dan in het bestaande gebouw aanwezig waren.
Hoewel de ruimte beperkt was, zijn we erin geslaagd vier van deze grote bakken te realiseren. Bakken met
een dusdanige omvang dat de toeschouwer zich ook werkelijk onder water waant.

In het gebouw is ook het zoölogisch museum van de Universiteit van Amsterdam en het Heimans diorama gehuisvest. Het diorama, ook een monument, bleef gehandhaafd. Het zoölogisch museum kreeg een nieuwe plaats in het gebouw, dit om een goede routing mogelijk te maken en om het museum voor het publiek meer toegankelijk te maken.
Twee liften en een extra trappenhuis waren nodig om een doorgaande route, ook voor invaliden, te kunnen realiseren.
De financiën, verkregen uit een subsidie van economische zaken en de gemeente Amsterdam, was lang niet toereikend om het plan integraal uit te voeren.
Het aquarium – zoals de bezoekers het zien – beslaat ongeveer 50% van het gebouw, daarnaast zijn er ruimten voor wateropslag (7 soorten water); installaties om het water te koelen, te verwarmen, te filteren en rond te pompen. Ruimten voor verzorgers,
quarantaine en kweekbakken. Zo werd ook ongeveer 50% van het budget besteed aan de technische installaties om de vissen in de aquaria in leven te kunnen houden.

In juni 1996 werd de eerste fase van het plan opengesteld voor het publiek; in april 1997 – veel eerder dan was voorzien – is 90% van het oorspronkelijke masterplan, mede door extra subsidies en sponsoring, gerealiseerd.